8. uitsn nieuws 115700417

Partneralimentatie

Partneralimentatie wordt vastgesteld aan de hand van alimentatienormen. In onderling overleg kan er van de alimentatienormen worden afgeweken. Het is in dat geval belangrijk dat goed wordt vastgelegd waarom van de alimentatienormen wordt afgeweken en op welke punten van de alimentatienormen wordt afgeweken.

Behoefte

Bij het vaststellen van partneralimentatie zal eerst de behoefte van de alimentatiegerechtigde moeten worden vastgesteld. De behoefte wordt vastgesteld aan de hand van de huwelijkse welstand. Een leidraad voor het vaststellen van de behoefte is de zogenaamde 60% regel. Dit houdt in dat de behoefte 60% bedraagt van het netto besteedbare gezinsinkomen minus de kosten van de kinderen. De rechter verlangt wel dat de alimentatiegerechtigde de behoefte nader onderbouwd met een zogenaamde behoeftelijst.

In het geval de alimentatiegerechtigde zelf inkomen heeft dan wordt het netto inkomen van de alimentatiegerechtigde van de huwelijkse behoefte afgetrokken.

Voorbeeld berekening partneralimentatie

De man verdient EUR 1.900 netto per maand
De vrouw verdient EUR 700 netto per maand
De kosten van de kinderen bedragen EUR 400 per maand

Het netto besteedbare gezinsinkomen bedraagt EUR 2.600 netto per maand. De huwelijkse behoefte bedraagt 60% van EUR 2.600 – EUR 400 = EUR 1.260

De vrouw verdient zelf een bedrag van EUR 700. Haar behoefte bedraagt EUR 1.260 – EUR 700 = EUR 560 netto. De partneralimentatie kan in het voorbeeld niet meer dan EUR 560 netto bedragen.

Draagkracht alimentatieplichtige

Welk bedrag er aan alimentatie moet worden voldaan hangt  niet alleen af van de behoefte van de alimentatiegerechtigde, maar ook van de draagkracht van de alimentatieplichtige. De draagkracht wordt berekend aan de hand van het actuele inkomen van de alimentatiegerechtigde en alle noodzakelijke onderhoudskosten, zoals woonlasten, ziektekosten en aflossing op schulden die tijdens het huwelijk zijn ontstaan en daadwerkelijk worden voldaan. Uiteraard wordt er ook rekening gehouden met kinderalimentatie die moet worden voldaan.

De alimentatie kan normaal gesproken nooit hoger zijn dan de draagkracht van de alimentatieplichtige. Dit kan anders zijn als de alimentatieplichtige bijvoorbeeld verwijtbaar werkloos is geworden.

Bij het vaststellen van de alimentatie wordt uiteindelijk ook gekeken naar hetgeen de alimentatieplichtige te besteden heeft na afdracht van de noodzakelijke lasten en de te betalen alimentatie en wat de alimentatiegerechtigde te besteden heeft na ontvangst van alimentatie en na afdracht van alle noodzakelijke lasten. Mocht blijken dat de alimentatiegerechtigde meer ‘vrij te besteden’ heeft na ontvangst van de alimentatie en afdracht van de noodzakelijke lasten, dan kan de alimentatie worden gematigd, zodat zowel de alimentatiegerechtigde als de alimentatieplichtige – na afdracht van de noodzakelijke lasten – hetzelfde te besteden hebben. Dit wordt ook wel de ‘jusvergelijking’ genoemd.